Goethe, Grimm en Reinaert de Vos

Wie kent Reinaert de Vos nou niet. Al was het maar uit het stripalbum van Suske en Wiske ‘De rebelse Reinaert’. Het is dan ook moeilijk voor te stellen dat dit beroemde middeleeuwse epos uit de dertiende eeuw van de dichter ‘Willem die Madocke makede’, over een sluwe vos die het hof van de leeuwenkoning Nobel op stelten zet, eeuwenlang uit het literaire geheugen van de Nederlanden was weggezakt naar de diepste diepten. Van de vos Reynaerde is een van de vroegste werken in de volkstaal en een vrije bewerking van de populaire Franse verhalen over de vos Renart. Evenals veel andere schrijvers in deze tijd, schreef Willem het verhaal in dichtvorm. Zo kon het gemakkelijk worden voorgedragen.


Goethe (links) en de gebroeders Jacob en Wilhelm Grimm (rechts)
Het is onder meer aan de grote dichter Goethe en aan de gebroeders Grimm te danken dat de Reynaert sinds de 18de eeuw vrijwel onaantastbaar op nummer 1 of 2 van de Vlaams-Nederlandse literaire canon staat.
Goethe maakte als zestienjarig kennis met het verhaal van de sluwe vos in de prozaversie van Johann Christoff Gottsched (1752). Deze had zijn verhaal gebaseerd op een in Lubeck gedrukte Nederlandse versie van de Reynaert (1498). Gottsched had opdracht gekregen van de Amsterdams-duitse graveur Peter Schenk om een verhaal te schrijven bij een aantal prachtige kopergravures uit de 14de eeuw van de vos Reynard, gemaakt door Allart van Everdingen.

Goethe was ‘ flabbergasted’ toen hij de tekst gelezen had. Hoe was het mogelijk dat een dichter dit eeuwen geleden had berijmd? ‘De stof is immers van gisteren en vandaag?’, aldus Goethe, die de Reinaert meteen maar tot wereldliteratuur verklaarde en zich aan een eigen berijming zette, die in 1794 verscheen met als titel Reineke Fuchs.
Helaas was de ontvangst van Goethe’s Reineke nogal matig (hoewel het later wereldwijd vertaald zou worden). Gelukkig was er iemand die wel van Goethe’s werk onder de indruk was: de rector van het gymnasium in Swabisch-Hall, ‘Herr dr. Friedrich David Grater’.
Hem komt de eer toe de Vlaamse Reynaert in originele middeleeuwse verzen ontdekt de hebben. Het manuscript lag te verstoffen in de bibliotheek van het Ritterstift Comburg . Daar maakte het deel uit van een codex (een verzameling van ongeveer 60 middeleeuwse oud-duitse teksten) met als verrassing dus de originele Vlaamse Reynaert.
De rector schreef over zijn ontdekking in het jaarboek van zijn school en in 1812 verscheen een eigen tekstuitgave in zijn tijdschrift Bragur. Deze tekstuitgave kwam de Nederlandse dichter Bilderdijk onder ogen en sindsdien is de vos met al zijn schelmenstreken niet meer weg te denken uit de Nederlandse en vooral Vlaamse cultuur en literatuur.

Dat de Reynaert behoort tot de ‘beeldbepalende monumenten van de Nederlandse literatuur’, zoals Frits van Oostrom het omschrijft, is zeker ook te danken aan de gebroeders Grimm.
Een van de eerste lezers van de teksteditie van Grater was Jacob Grimm. Samen met zijn jongere broer Willem maakten ze hun levenswerk van het opsporen van teksten uit Germaanse tijden, waarbij ze een voorliefde hadden voor dierenverhalen, liederen en sprookjes.
Toen Jacob de tekst van Grater onder ogen kreeg was hij meteen razend enthousiast en het is aan hem en zijn onderzoek te danken dat hij van alle Reynaertversies die hij bestudeerd had de versie van Willem verklaarde tot de beste van allemaal. En sindsdien is dit de standaard in literair Europa.




Dankzij het boek ‘De Reynaert, leven met een middeleeuws meesterwerk’ van de Neerlandicus Frits van Oostrom kwamen wij in aanraking met dit fantastische verhaal. Ik kende het middeleeuwse epos nog van de middelbare school, maar het was ver in mijn geheugen weggezakt.
Met Frits van Oostrom als gids kwam de vos weer tot leven en we vertrokken naar het vestingstadje Hulst om hem met eigen ogen te aanschouwen.
In het verhaal van de vos Reynaerde zijn locaties in de omgeving van Hulst duidelijk herkenbaar. De stad noemt zich dan ook de Reynaertstad. Bij een van de toegangspoorten tot de stad, de Gentsepoort, staat een indrukwekkend monument van Reynaert uit 1938 gemaakt door Anton Damen. En ook verder in het stadje zie je overal vossen. Zo is er een cafe met de naam ” De sluwe vos” , waar vossengerechten op de kaart staan, het museum heeft een stijlkamer aan Van de vos Reynaerde gewijd en ook particulieren laten zich niet onbetuigd.




Maar het kernland van Reynard, het Waasland, ligt in Vlaanderen. Daar start ook een ‘vossenroute’ die je van Gent naar Hulst brengt. Je komt langs diverse plaatsen die in het boek genoemd worden en je ontdekt gaande weg dat de schrijver goed bekend geweest moet zijn met dit gebied. Het kan haast niet anders dan dat hij hier ergens geboren moet zijn. Dat blijkt ook uit de Oost-Vlaamse kenmerken van zijn taalgebruik.
En zo leeft de vos al 800 jaar voort, als levend erfgoed en inspiratiebron voor velen, met dank aan Goethe, Grimm en andere, genoemde en niet bij name genoemde Duitsers, die het stof van Reynaert hebben afgeblazen en zijn verhaal weer in ons midden hebben gebracht, actueler dan ooit.

