Vanaf het buitenterras van het kasteel van Cochem heb je een schitterend uitzicht over de alom bekende stad aan de Moezel. Je ziet de waggelende massa toeristen zich door de smalle straatje wurmen en voelt je even ver verheven boven alles. Vanaf de burcht kijk je zelfs neer op de kerk, in de middeleeuwen de eerste maatschappelijke stand.
Is dat het gevoel dat macht je geeft?
Macht. Een bijna onaantastbare status, onbereikbaar voor hen die niet tot je kleine kring van vertrouwelingen behoren. Je ziet en hoort het in onze tijd weer overal om je heen: de ronkende taal van de macht, het spierballenvertoon , het wapengekletter.


Het is gedaan met de macht van de Rijnlandse Paltsgraven
‘Niets nieuws onder de zon’, zei de bijbelse profeet Jeremia al.
Macht is bezit. En vooral grondbezit was (en is) zeer lucratief. Landjepik was (en is) aan de orde van de dag in de hoogtijdagen van het Cochemer Rijk.
Tot 1151 hielden de Rijnlandse Paltsgraven hof in Cochem.
Ehrenfried (942 – 966/970 † ), zwager van keizer Otto III, was waarschijnlijk de bouwheer van het nog altijd imposante kasteel. Als in 1151 koning Konrad III de burcht met haar omliggende landerijen verovert is het echter gedaan met de de macht van de Rijnlandse Paltsgraven over Cochem. Tot het einde van de dertiende eeuw is Cochem Rijksbezit en een lucratief koninklijk tolstation aan de Moezel.
Onder de bisschopsstaf kan je goed leven


Het Cochemer Rijk groeide uit tot een strategisch gewilde plek. Tot frustratie van de aartsbisschoppen van het bisdom Trier lag het precies tussen het ‘Niederstift’ en het ‘Oberstift’ van het aartsbisdom in. Een aaneengesloten gebied was makkelijker te besturen en beter te verdedigen.
In 1294 werden hun gebeden verhoord. Koning Adolf van Nassau leed aan chronisch geldgebrek en kwam het aartsbisdom in deze zaak tegemoet. Hij verpande het kasteel, de stad en de burcht Kemplon aan aartsbisschop Boemund I. De pacht werd echter nooit afgelost en Cochem maakte sindsdien (tot 1794) deel uit van het territorium van het aartsbisdom Trier.
Daarmee begon voor Cochem, het kasteel en haar inwoners een nieuwe, gelukkiger tijd. Althans zo wil de pr machine van het aartsbisdom het doen voorkomen.
Feit is dat aartsbisschop en keurvorst Balduin von Luxemburg (1307-1354) het kasteel verder uitbouwde en de weg langs de Moezel uitbreidde. Dat onder zijn bewind Cochem in 1332 stadsrechten krijgt en ommuurd wordt. Dat de oude burcht Kemplon (gelegen op de plek van het huidige Kapucijner klooster) deel gaat uitmaken van de verdediging rondom Cochem en dat er zelfs een verdedigingstoren aan de Kirchhofmauer-Obergasse de naam Balduin Tor kreeg.






Burcht Kemplon was cruciaal bezit in turbulente tijden
Door de eeuwen heen was Kemplon , ooit een eenvoudige nederzetting, uitgegroeid tot een indrukwekkende vesting met een massieve ronde toren en een rechthoekig huis met een schilddak.
Balduin integreerde de vesting in de stadsverdediging, waardoor de versterkingen van Cochem tegen potentiële indringers werd verbeterd.

Van militair bolwerk naar cultureel centrum
Ondanks zijn rijke verleden raakte Kemplon uiteindelijk in verval en werd grotendeels verlaten. Aan het begin van de 17de eeuw werd de locatie door keurvorst Lothar von Metternich geschonken aan de Kapucijner monniken . De monniken demonteerden delen van de oude vesting om het Kapucijner klooster te bouwen, waarbij ze de stenen gebruikten voor hun nieuwe klooster.
Deze transformatie van een militaire vesting tot een religieuze toevluchtsoord weerspiegelt bredere veranderingen in de regio, waarbij de focus verschoof van feodale conflicten naar spirituele bezigheden. Tegenwoordig is het klooster het culturele centrum van Cochem.
Het kasteel: Van ridderburcht naar museum

De rijksburcht werd in 1689 door de Fransen verwoest. En 200 jaar later door Louis Fréderic Jacques Ravené volgens de toenmalige mode herbouwd. De Cochemer burcht is een goed voorbeeld van een bouwwerk dat in de neogotische stijl werd opgetrokken.
In 1942 werd de burcht door de familie Ravené verkocht aan de overheid. Rijksminister Otto Georg Thierack liet er in 1943 een NSDAP-scholingsoord voor juristen inrichten.
In de nationaalsocialistische periode werd het mozaïek van de heilige Christoffel vernield. Dit was in 1870 door een Italiaanse kunstenaar vervaardigd.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam de burcht in handen van de deelstaat Rijnland-Palts en deden de gebouwen dienst als bestuursopleiding. In 1978 kocht de stad Cochem het complex voor 664.000 Duitse Marken.
Het kasteel is nu getransformeerd tot een geweldig museum, met restaurant en toeristenwinkel. Van (roof-) ridderburcht tot onderdeel van onze vermaaksindustrie.
‘Het kan verkeren’, zei de Nederlandse dichter en toneelschrijver Gebrand Adriaenszoon Bredero (1585-1618).
Wil je meer lezen over de tijd waarin Balduin von Luxemburg zijn macht als aartsbisschop en keurvorst van het Heilig Roomse Rijk liet gelden? Schaf dan onze originele glossy aan. Daarin vertellen en verbeelden we onder veel meer de machtsstrijd tussen de jonge gravin Loretta von Sponheim en Balduin von Luxemburg, een van de machtigste mannen van haar tijd. Wie de strijd wint en vooraal hoe is zo verrassend en ongekend dat wij er niet over uitgepraat , getekend en geschilderd raken.

